Coronagerelateerde ontwikkelingen als prioriteit van het beleid op onderzoek & innovatie: EFI-rapport 2021 gepubliceerd

Op 24 februari jongstleden heeft de Duitse Expertenkommission Forschung und Innovation (EFI) haar 14e jaarverslag aan Bondkanselier Merkel gepresenteerd. Het verslag, waarin de commissie jaarlijks haar belangrijkste aanbevelingen voor het Duitse innovatiebeleid deelt, focust zich dit jaar op de ontwikkelingen die nodig zijn voor Duitsland om sterker uit de door Corona veroorzaakte crisis te komen. Hieronder volgt een Nederlandse vertaling van de samenvatting van het EFI rapport 2021. Het volledige rapport is hier te vinden.

Uitwerkingen Corona-crisis op Onderzoek & Innovatie

De lockdown in Duitsland ter indamming van Sars-CoV-2 brengt enorme economische schade met zich mee in de wetenschappelijke sector. Voor de meeste Duitse bedrijven heeft de huidige crisissituatie een negatief effect op lopende of geplande innovatieprojecten. Vooral het MKB verwacht een aanzienlijke daling van de innovatie-uitgaven onder Corona-omstandigheden.

Met noodmaatregelen en economische stimuleringsprogramma’s heeft de Duitse overheid belangrijke politieke impulsen gegeven die ook het O&I-systeem ten goede komen. De Commissie van O&I-Deskundigen (Expertenkommission Forschung und Innovation, EFI) dringt echter aan op een snelle uitbetaling van de aangekondigde middelen op basis van betrouwbare criteria voor subsidiëring.

Volgens de EFI-Commissie kan de crisis ook als katalysator dienen voor de overgang naar nieuwe technologieën en op die manier het concurrentievermogen van Duitsland op lange termijn verbeteren. Daartoe moeten verdere economische stimuleringsprogramma’s en de beleidsmaatregelen voor groei zo veel mogelijk op O&I zijn gericht. Tegen deze achtergrond juicht de Commissie uitdrukkelijk het voornemen van de Duitse regering toe om 60 miljard uit het economische stimuleringspakket te gebruiken voor investeringen en innovatie.

Sectorspecifieke extrapolatie van de resultaten voor de vraag: “Welk effect heeft de Coronapandemie op de innovatieactiviteit van uw onderneming? Als gevolg van de Corona pandemie…” Voorbeeld: Bij 24 procent van de bedrijven in de informatie-economie worden geplande innovatieprojecten niet opgestart.
Bron: ZEW Business Survey Informatie Economie 2020.
© EFI – Deskundigencommissie Onderzoek en Innovatie 2021.

O&I beleid in verleden, heden en toekomst

Ondanks de Coronacrisis heeft het O&I-beleid belangrijke vraagstukken aangepakt die van groot belang zijn voor het behoud van Duitslands concurrentiepositie.

De oprichting van het Zukunfstfonds zal de durfkapitaalmarkt in Duitsland versterken en de financieringssituatie van start-ups verbeteren. De Commissie roept de Duitse regering op het Zukunftsfonds snel in te voeren en regelmatig te evalueren en zo nodig aan te passen.

Ook steunt de commissie de nationale waterstofstrategie en de aanvullende financiering van zeven miljard euro als onderdeel van het toekomstpakket. De commissie wijst er echter op dat een nationale marktverhoging niet zou moeten plaatsvinden zonder een parallelle, aanvullende voorziening van hernieuwbare energie.

De commissie ondersteunt het voornemen Duitsland tot een voorloper te maken op het gebied van de verstrekking en het gebruik van data. Het stelt voor coördinatiestructuren tussen betrokken instanties op te zetten om (1) te zorgen voor een transparante en gestandaardiseerde verstrekking van gegevens voor onderzoeksdoeleinden, (2) voor meer op gegevens en bewijzen gebaseerde beleidsmaatregelen en (3) om de uitwisseling van gegevens van verschillende instanties mogelijk te maken.

Prioriteiten voor het O&I-beleid voor de komende regeringsperiode

In de komende regeringsperiode moet het O&I-beleid een hoge prioriteit blijven houden. Een samenhangende beleidsaanpak voor het hele innovatieproces, waar alle ministeries zich voor inzetten, is eveneens nodig.

Het advies aan de nieuwe Duitse regering is om haar O&I-beleid op vijf hoofdprioriteiten af te stemmen:

  • De grote maatschappelijke uitdagingen, in het bijzonder de duurzaamheidsdoelstellingen.
  • Het inhalen van de technologische achterstand ter ontwikkeling van de welvaart.
  • Een sterke basis van geschoolde arbeidskrachten.
  • Het vergroten van de innovatieve bijdrage van particuliere ondernemingen.
  • Ten slotte is de wendbaarheid van het O&I-beleid een belangrijke voorwaarde om de door de samenleving gewenste verandering met succes te kunnen doorvoeren.

Nieuwe taakgerichtheid en wendbaarheid in O&I-beleid

Een ander advies aan de nieuwe regering is de beleidsaanpak voor de Nieuwe Missieoriëntatie (Neue Missionsorientierung) nader onder de loep te nemen. Hierin zal zij moeten sturen op innovatieactiviteiten in maatschappelijk overeengekomen richtingen die partijen uit de private sector anders niet op waren gegaan. Omdat de markt als ontdekkingsproces niet mag worden ondermijnd, stelt de commissie een marktgerichte versie van de Nieuwe Missieoriëntatie voor met een open houding tegenover probleemoplossing en katalytische marktinterventies.

Ondanks dat het O&I-beleid de laatste jaren meer agile/flexibel is geworden, zal dit systematischer in het beleid van de regering moeten worden verankerd. Hiertoe beveelt de commissie de volgende maatregelen aan:

  • Bij het opzetten van missies zorgen voor een nauwe samenwerking tussen de verschillende ministeries en actieve betrokkenheid van belanghebbenden, deskundigen, burgers, deelstaten en gemeenten.
  • Uit de missies moeten concrete doelstellingen worden afgeleid. Deze moeten een tijdspad hebben en de vervulling ervan moet meetbaar zijn. De tijdshorizon moet worden gebaseerd op de doelstellingen van de missies en niet op de duur van de regeringsperiodes.
  • Bij de uitvoering van missies is het noodzakelijk de horizontale coördinatie binnen en tussen ministeries te versterken. Dit kan gebeuren via interministeriële task forces en – binnen ministeries – via interdepartementale projectteams of missiegerelateerde eenheden binnen de organisatiestructuur. Deze moeten elk hun eigen beslissingsbevoegdheid en budget krijgen.
  • Innovatiegerichte overheidsopdrachten moeten verder worden ontwikkeld en in toenemende mate worden afgestemd op maatschappelijk overeengekomen missies.
  • Zorgen voor een positieve cultuur waarin fouten kunnen worden gemaakt en hiervan wordt geleerd, zodat bij de uitvoering van missies doelaanpassingen, bijstelling van de organisatie en maatregelen of zelfs volledige stopzetting mogelijk en aanvaardbaar zijn.
  • Personele capaciteit vrijmaken in ministeries en bij projectuitvoerende instanties om hiermee ruimte te creëren voor reflectie.

Benaderingen van O&I-beleid in de loop der tijd

Aanpassing van beroepsopleiding aan de digitale transformatie

In het kader van de digitale transformatie zullen veel werknemers in Duitsland de komende jaren van baan moeten veranderen in zich daarbij beroepsmatig moeten heroriënteren. Bovendien zullen de functieprofielen op veel bestaande werkplekken nog verder veranderen. Om de professionele handelingsbekwaamheid op peil te houden, moeten daarom niet alleen betere digitale kernvaardigheden worden ontwikkeld, maar in toenemende mate ook klassieke kernvaardigheden, zoals probleemoplossend vermogen, creativiteit, initiatief en aanpassingsvermogen. Daarom is het noodzakelijk beroepsopleidingen aan te passen aan de eisen van de gedigitaliseerde arbeidsmarkt en de bij- en nascholing te versterken. Daarom beveelt de commissie aan:

  • De regering moet ervoor zorgen dat alle opleidingsvoorschriften worden aangepast aan de veranderingen als gevolg van de digitalisering en voldoende actueel worden gehouden. Advies en hulp voor de invoering van een aangepaste opleidingsstructuur moeten worden uitgebreid – vooral voor het MKB.
  • Het aanbod van aanvullende kwalificaties tijdens de beroepsopleiding moet verder worden uitgebreid en worden opengesteld voor bijscholing.
  • Bij de accreditatie en goedkeuring van aanbieders van bij- en nascholing die door de overheid worden gefinancierd, moet veel belang worden gehecht aan resultaatgerichte criteria.
  • Om het MKB te ondersteunen bij beroepsgerelateerde bij- en nascholing, moet de ontwikkeling van lokale en regionale netwerken die efficiënte oplossingen tussen bedrijven organiseren, worden bevorderd.
  • Er moeten instrumenten ter ondersteuning van de preventieve aanpassingsopleiding worden getoetst die het de werknemers gemakkelijker maken om tijdig naar een nieuwe werkgever over te stappen en waarbij zowel het overdragende als het ontvangende bedrijf op passende wijze worden betrokken.
  • Om de informatiebasis voor loopbaan- en onderwijsbeslissingen te verbeteren, moeten initiatieven voor een alomvattende monitoring van beroepsvaardigheden ter ondersteuning van een passendere scholing worden bevorderd.

Genetische modificatie en CISPR/Cas

De CRISPR/Cas-genschaar is een instrument voor genetische modificatie dat een nieuwe impuls geeft aan het fundamenteel medisch onderzoek en nieuwe therapeutische benaderingen voor vele ziekten mogelijk maakt. De gerichte wijziging van genetische informatie maakt het mogelijk de oorzaak van erfelijke ziekten weg te nemen. Bijzonder grote mogelijkheden liggen er op het gebied van de somatische gentherapie. Om het potentieel van CRISPR/Cas te benutten, zijn verdere belangrijke vorderingen nodig, zowel bij het onderzoek als bij het omzetten van de onderzoeksresultaten naar toepassingen. De commissie beveelt derhalve de volgende maatregelen aan:

  • Een goedkeuringsprocedure die de administratieve belasting voor onderzoekers vermindert, maar waarbij maximaal rekening wordt gehouden met veiligheid en ethische rechtvaardiging.
  • Om ervoor te zorgen dat de goedkeuringsprocedures ook in de toekomst zo snel mogelijk worden afgehandeld, moet de personeelsbezetting bij de goedkeurende instanties in een vroeg stadium worden aangepast aan de verwachte toename van het aantal goedkeuringsprocedures.
  • Het moet mogelijk worden om samenhangende aanvragen en goedkeuringsprocedures te bundelen. Daarnaast moeten de goedkeuringsprocedures in de deelstaten worden geharmoniseerd.
  • Initiatie en bevordering van interdisciplinaire samenwerkingsverbanden en werkgroepen die de omzetting van onderzoeksresultaten ondersteunen en innovaties genereren door vroegtijdige interactie tussen onderzoek en klinische praktijk.
  • Voor het adviseren van onderzoekers en voor het netwerken met verschillende groepen belanghebbenden moet de oprichting van een Duits centrum voor gentherapie worden overwogen, dat de rol van een competentiecentrum voor de vertaling van fundamenteel onderzoek en preklinisch onderzoek naar klinische toepassing op zich kan nemen.
  • De haalbaarheid van klinische proeven verbeteren d.m.v. betere randvoorwaarden, zoals snellere, efficiëntere en minder bureaucratische goedkeuringsprocedures.
  • De randvoorwaarden voor de verstrekking van particulier durf- en groeikapitaal verbeteren.
  • Het is belangrijk de samenleving regelmatig te informeren over de mogelijkheden en risico’s van CRISPR/Cas en het maatschappelijke debat hierover voort te zetten.