Duitse en Nederlandse auto-industrie bouwen samen aan de ‘straat van de 21ste eeuw’

Inleiding

De automobielindustrie is van levensbelang voor de Duitse economie. De Duitse autobouwers en hun toeleveranciers bieden werk aan 792.000 werknemers en hebben een gezamenlijke omzet van 404 miljard euro (cijfers 2015). Bovendien wordt bijna een derde van elke private R&D-euro in Duitsland door de automotive-industrie besteed, in totaal achttien miljard euro in 2014. In de sector en het netwerk van technische universiteiten en Fraunhoferinstituten eromheen werken ruim 100.000 onderzoekers aan automotive-technologie. Hun traditionele zwaartepunten verschuiven wel: er wordt veel geïnvesteerd in alternatieve aandrijftechnieken, communicatietechnologie en nieuwe mobiliteitsconcepten.

 

Alternatieve aandrijftechnologie – electromobiliteit

De Duitse overheid heeft als doel in 2020 één miljoen elektrische voertuigen op de weg te hebben. Daarom investeerde de regering over de periode 2011–2017 maar liefst 2,2 miljard euro in onderzoek en proefprojecten. Daarnaast is er sinds medio 2016 een subsidieregeling voor het opzetten van een laadinfrastructuur en voor de aanschaf van voertuigen. Vooral investeringen in batterijtechnologie worden gezien als van strategisch belang voor  de toekomst van de Duitse auto-industrie. De batterij is het meest waardevolle onderdeel van een elektrische auto en vertegenwoordigt ongeveer 40 procent van de toegevoegde waarde. Duitse autoproducenten hebben de ambitie volledige batterijsystemen, inclusief de batterijcellen, in Duitsland te gaan produceren.

Duitse bedrijven en beleidsmakers kijken met belangstelling naar de ontwikkeling van elektromobiliteit in Nederland. Nederland wordt als voorloper gezien dankzij een goed ontwikkelde laadinfrastructuur en een relatief snelle acceptatie van elektrisch vervoer door consumenten. De presentatie van Nederland als living lab lijkt te werken en trekt Duitse partijen aan om in Nederland ideeën in de praktijk te testen. Nederlandse bedrijven zijn al een aantal jaren consequent aanwezig op de grote beurzen en congressen over e-mobiliteit in Duitsland, zoals de Hannover Messe en de Internationale Automobil-Ausstellung (IAA). Bovendien reisde in april 2016 een economische delegatie “urban mobility/e-mobility” onder leiding van minister Ploumen en het koninklijk paar naar de Zuid-Duitse deelstaat Beieren. Daar werden contacten gelegd met onder andere BMW, Fraunhofer en Schaeffler.

Twee Nederlandse publiek-private consortia (‘E-Mobility von Amsterdam nach Berlin’ en ‘E-Mobility Zuid en West Duitsland’) bundelen de activiteiten en richten zich specifiek op samenwerking met spelers in de verschillende Duitse regio’s. De clusters in de regio Baden-Württemberg (e-mobil BW, www.e-mobilbw.de) en in Berlijn (eMO, www.emo-berlin.de) hebben goede banden met Nederland. Naast de Hannover Messe en de IAA vindt in 2017 in Stuttgart de EVS30 plaats, het grootste internationale congres over elektrisch vervoer ter wereld. Diverse Nederlandse spelers zullen zich op de EVS30 presenteren, gecoördineerd vanuit de RVO.

 

Alternatieve aandrijftechnologie – waterstofmobiliteit

Voor het Duitse bedrijfsleven en de Duitse overheid is naast elektromobiliteit ook waterstof een belangrijke optie voor de verduurzaming van het verkeer. Sinds 2006 loopt een nationaal onderzoeksprogramma voor waterstof en brandstofceltechnologie voor zowel stationaire als mobiele toepassingen. In 2016 organiseerde de Nederlandse ambassade in Berlijn in samenwerking met Duitse partners een discussiebijeenkomst met politiek, wetenschap en het bedrijfsleven over de toekomst van waterstof in het energiesysteem, met name in het verkeer. De Duitse NOW (National Organisation Hydrogen and Fuel Cell Technology, www.now-gmbh.de) en DWV (de Duitse branchevereniging voor waterstof en brandstofcellen, www.dwv-info.de) zijn goede aanspreekpartners voor Nederlandse partijen die op zoek zijn naar informatie en contacten.

 

Communicatietechnologie en ICT-beveiliging

Digitalisering en de implementatie van embedded systems spelen ook binnen de automotive-sector een grote rol. Overheden hopen dankzij slimme sensoren en communicatietechnologie op meer verkeersveiligheid en een betere doorstroming. De Duitse OEM’s (original equipment manufacturers) zelf en toeleveranciers zoals Continental en Bosch zien software en embedded systems steeds meer als kerncompetentie, aangezien een toenemend deel van de waarde van een auto bestaat uit infotainment en advanced driver assistance systems. In december 2016 presenteerde de Duitse academie voor technische wetenschappen (acatech) een studie over de toekomst van autonoom rijden op de Nederlandse ambassade in Berlijn. Bij het thema autonoom rijden is op een aantal cruciale punten internationale afstemming noodzakelijk. Naast standaarden voor communicatie moet bijvoorbeeld regelgeving over privacy en aansprakelijkheid worden geregeld. Er wordt op dit moment door Nederland en Duitsland samengewerkt aan een follow-up van de ‘Amsterdam Declaration’, die door de Europese verkeersministers is ondertekend tijdens het EU-voorzitterschap.

De Duitse overheid en industrie hebben in 2015 samen het programma ‘de straat van de 21ste eeuw’ (Straße des 21. Jahrhunderts) ontwikkeld. Wat betreft ITS (intelligente transportsystemen) is de Europese corridor Rotterdam-Frankfurt-Wenen ook onderdeel van dit plan. Nederlandse partijen als TNO, de Automotive Campus Helmond en Connekt alsmede alle Duitse autoproducenten zijn betrokken bij dit project. Als de infrastructuur is voorzien van zendtechnologie, is de eerste concrete stap het live informatie verschaffen over wegwerkzaamheden en de actuele verkeerssituatie.

Joop Gilijamse, 1 juni 2017

Comments Off on Duitse en Nederlandse auto-industrie bouwen samen aan de ‘straat van de 21ste eeuw’

Filed under Uncategorized

Comments are closed.