Het kleine Saarland: groot in ICT en hightech

IA Berlijn – David Redeker

Saarland is de kleinste deelstaat van Duitsland en ligt hemelsbreed op 340 kilometer ten zuidoosten van Utrecht. Er wonen 1,1 miljoen inwoners op 2.600 vierkante kilometer; net zo groot als Drenthe, maar dat heeft de helft van het aantal inwoners. De afgelopen tweehonderd jaar wisselden de Saarlanders acht keer van nationaliteit. Nu eens was het gebied Frans, dan weer Duits. Sinds 1957 is de deelstaat Duits. De economie van het relatief arme Saarland is sindsdien drastisch veranderd. De speerpunten van Saarland zijn ICT en hightech materialen. Zware industrie maakt plaats voor hightech, staal voor slimme legeringen. Waar kolen de dienst uitmaakten zijn dat nu zonnecellen. Informatisering en automatisering verdringen brute kracht. De campus van de Universiteit van Saarland groeit elk jaar met één gebouw. Onderzoekers werken er onder andere samen met Audi, Intel en Google.

De universiteit is in 1948 opgericht. De eerste colleges werden gehouden in de barakken van Franse militairen. Het grootste deel van de universiteit van Saarland bevindt zich op de campus in de hoofdstad Saarbrücken; alleen de geneeskundefaculteit en het academisch ziekenhuis bevinden zich in Homburg. Inmiddels staan op de campus tientallen moderne gebouwen, waarin onder andere instituten en andere kennisinstellingen gevestigd zijn. In de afgelopen twintig jaar zijn er tweehonderd start-ups ontsproten aan de campus.

In 2007 kreeg deze een impuls toen de Duitse regering veertig miljoen euro verdeeld over vijf jaar investeerde in het kader van het ‘Exzellenzinitiative’. Gemiddeld komt er op de campus elk jaar een gebouw bij en wordt er één gerenoveerd. Inmiddels is hier de grootste computercampus van Europa ontstaan. Op software-gebied kan deze de concurrentie aan met MIT in de Verenigde Staten en met ETH in Zwitserland. Bij het Max Planck Institut für Informatik krijgt maandelijks wel één van de tweehonderd onderzoekers een aanbod om ergens hoogleraar te worden.

ICT-onderzoek en ontwikkeling

Een speerpunt is de software waarmee iedereen thuis 3D-animatiefilms kan maken of waarmee de creatieve industrie 3D-modellen kan creëren op basis van enkele 2D-foto’s. In samenwerking met Intel en met de automobielindustrie werken wetenschappers hier aan camera’s en computerprogramma’s die overstekende voetgangers al van verre herkennen en de auto zo nodig tijdig laten afremmen.

3D-animaties (Foto: Universität des Saarlandes)

Een ander voorbeeld is de samenwerking met de Duitse supermarktketen Globus. De universtiteit Saarland ontwikkelt en test technologie voor de supermarkt van de toekomst. Dat varieert van dynamische prijskaartjes en schappen die een seintje geven als ze leeg raken tot apps voor mobieltjes die extra productinformatie geven. Ook interessant: winkelwagentjes met navigatie. En met behulp van RFID-chips en ontvangers kunnen producten zoals diepvriespizza’s worden gevolgd door de hele logistieke keten.

In de life sciences helpen bioinformatici met het doorspitten van grote hoeveelheden gegevens op zoek naar de juiste samenstelling van een op de persoon afgestemde medicijnencocktail voor hiv-patiënten. Ook maken de Duitsers apps voor tabletcomputers van hersenchirurgen. Die maken het mogelijk dat de chirurg in enkele minuten in plaats van uren het stukje brein kan lokaliseren dat moeten worden weggesneden.

Duitse wetenschappers kijken samen met Google hoe dit bedrijf kan overgaan naar een werkwijze die de privacy minder aantast, maar nog wel betaalde, op de gebruiker toegespitste advertenties toont. Met Microsoft hebben onderzoekers hulpprogramma’s ontwikkeld die automatisch bugs uit software halen. Ook laat dergelijke programmatuur zien waar zwakke plekken in de software zijn te verwachten. Weer iets anders: een automatische test voor internetpagina’s. Een virtuele robot probeert zoveel mogelijk functies van een webpagina uit in diverse browsers om te controleren of alles functioneert zoals verwacht.

De computerexperts houden zich eveneens bezig met het analyseren de gigantische datastromen uit moderne supercomputers. Die zijn zo snel, dat alleen al het nu gebruikelijke downloaden van data zoveel tijd zou kosten dat het onwerkbaar wordt. Hoe kun je de gegevens dan gebruiken? De data blijven op de servers van de supercomputer staan; de computer selecteert razendsnel alleen die informatie die noodzakelijk is voor de gebruiker. Het werkt ongeveer zoals Google Earth, dat pas na inzoomen nieuwe informatie met meer details doorstuurt.

Hightech materialen

De softwarecampus is niet het enige onderdeel van de campus van Saarland. De materiaalwetenschappen zijn er ook prominent aanwezig. Ongeveer zeventig procent van alle nieuwe producten, van elektrische auto’s tot mobieltjes met touchscreen en windmolens, is gebaseerd op nieuwe materialen.

Op de campus bevindt zich een scala aan instituten en vakgroepen, van fundamenteel tot toegepast, van centimeter tot nanometer. Grote bedrijven als Audi en Bosch, maar ook middelgrote en kleine bedrijven komen naar Saarland om hun materialen te laten testen of om gezamenlijk met de wetenschappers nieuwe materialen te ontwikkelen. Chemici, fysici, biologen en ingenieurs werken samen in de verschillende instituten.

Zo werken de wetenschappers van Saarland met de automobielindustrie samen om nieuwe materialen te maken voor een carrosserie die de auto beter beschermt tegen botsingen. De onderzoekers hebben geavanceerde elektronenmicroscopen tot hun beschikking waarmee ze op atoomniveau materialen kunnen bekijken en manipuleren. En niet alleen in 2D, maar ook in 3D.

De Saarlanders hebben onlangs een atoomprobe-tomograaf in gebruik genomen, een innovatieve elektronenmicroscoop die materialen op nanoschaal in 3D toont, dus op atoomniveau. Daarmee kunnen ze bijvoorbeeld onderzoeken waarom versleten legeringen enorm verschillen van het oorspronkelijke materiaal. Dit is iets dat de automobielindustrie graag wil weten. Blijven bijvoorbeeld nieuwe materialen die bestand zijn tegen het ontstekingsgeweld van bougies op lange termijn goed functioneren?

Samenwerking met industrie

De Max Planck Instituten staan bekend als behoorlijk fundamenteel. Toch werken werken ze in Saarland samen met de industrie. Meestal is dat toch het terrein van de Fraunhofer-instituten. Een voorbeeld van samenwerking is het Intel Visual Computing Institute, een samenwerkingsverband tussen Intel, de Universiteit van Saarland, het Max Planck Insitut für Informatik, het Max Planck Institut for Sofware Systems en het DFKI, het Duitse onderzoekscentrum voor kunstmatige intelligentie. Dat laatste is een publiek-private samenwerking waarin onder andere BMW, Deutsche Post en SAP deelnemen.

Andere voorbeelden zijn het raamcontract dat het Max Planck Institute for Software Systems heeft met Microsoft om jonge onderzoekers te financieren en de Google-beurzen voor Gerhard Weikum, de directeur van het Max Planck Institut für Informatik en Andreas Zeller van de Universiteit van Saarland.

Kansen voor Nederland

Hoe kunnen Nederlanders profiteren van de kennis in Saarland? Wetenschappers kunnen bijvoorbeeld via de Alexander von Humboldt Foundation beurzen aanvragen om onderzoek in en met Duitsland te verrichten. ‘Geïnteresseerde bedrijven kunnen het best even contact met ons opnemen’, zegt Gordon Bolduan van het MMCI, het Cluster of Excellence on Multimodal Computing and Interaction: ‘In Saarland hebben we ervaring met bedrijven uit de creatieve industrie, logistiek, automotive, life sciences en hightech materialen.’ Nadere inlichtingen over R&D&I samenwerkingskansen met bedrijven en instellingen in Saarland zijn ook verkrijgbaar bij de Innovatie Attachés in Berlijn.

Meer informatie

Engelse startpagina voor computerwetenschappen

Engelse 3-minutenfilm over het Intel Visual Computing Institute

Duitse startpagina voor high tech materialen

Duitse 4-minutenfilm over het Material Engeneering Centrum Saarland

Leave a Comment

Filed under Chemie, Duitsland, High Tech, Life science, Logistiek

Comments are closed.